Herfst in Valle d’Aosta

Valle d’Aosta: herfst aan de voet van de hoogste Alpen
Helemaal in het noordwesten van Italië, ingeklemd tussen Frankrijk en Zwitserland, ligt Valle d’Aosta. Het is misschien de kleinste regio van Italië, maar wat berglandschappen betreft misschien ook wel één van de meest indrukwekkende. Met de Mont Blanc, Matterhorn, Monte Rosa en Gran Paradiso liggen enkele van de hoogste bergen van Europa binnen of direct aan de grenzen van deze regio. Daartussen vind je diepe valleien, kleine bergdorpen, eeuwenoude kastelen en een uitgebreid netwerk van wandelpaden.
Wat Valle d’Aosta bijzonder maakt, is de combinatie van Italiaanse en Franse invloeden. De regio is officieel tweetalig en vrijwel alle plaatsnamen worden in het Frans aangeduid. Ook de architectuur en lokale keuken laten duidelijk zien dat je hier in een grensgebied bent. In sommige dorpen lijkt de sfeer eerder Zwitsers of Frans dan Italiaans. Tegelijkertijd zijn de espresso's, gezellige pleintjes en Italiaanse gastvrijheid nooit ver weg.
Vooral in de herfst is Valle d’Aosta een aantrekkelijke bestemming. De drukte van de zomer is verdwenen, de temperaturen zijn doorgaans nog aangenaam om te wandelen en de bossen beginnen langzaam te verkleuren. Vooral de lariksen zorgen in oktober voor een bijzonder landschap. Deze naaldbomen verliezen, in tegenstelling tot de meeste andere naaldbomen, hun naalden in de winter. Voordat het zover is, kleuren ze eerst geel en goud. Tegen een achtergrond van besneeuwde bergtoppen levert dat prachtige contrasten op.
Toch is het weer in oktober niet altijd voorspelbaar. Een zonnige herfstdag kan zomaar worden gevolgd door regen of zelfs sneeuw, zeker op grotere hoogte. Tijdens mijn bezoek krijg ik eigenlijk alle mogelijke weersomstandigheden voorgeschoteld. En dat maakt deze reis achteraf misschien juist zo interessant.
Ik trek een paar dagen door de regio, met onder andere Val Ferret, De watervallen van Lillaz, het stuwmeer van Place Moulin en het historische Forte di Bard op het programma. Onderweg besluit ik ook een willekeurige afslag te nemen en zo het onbekende tegemoet te rijden, hopelijk met een mooie ontdekking als beloning.
Val Ferret: wandelen met uitzicht op het Mont Blancmassief
Een van de plekken waar ik vooraf het meest naar uitkijk, is Val Ferret. Deze vallei ligt vlak bij Courmayeur, aan de Italiaanse kant van het Mont Blancmassief. De bergen rijzen hier indrukwekkend steil omhoog en het landschap wordt gedomineerd door de Grandes Jorasses, met toppen die ruim 4.000 meter hoog zijn.
Het weer kan eigenlijk niet beter wanneer ik aan mijn wandeling begin. De zon schijnt volop, er staat nauwelijks wind en de lucht is helder. Ideale omstandigheden voor een wandeling op hoogte, zeker zo laat in oktober.
Mijn doel is Rifugio Bonatti, een berghut op ruim 2.000 meter hoogte, genoemd naar de beroemde Italiaanse bergbeklimmer Walter Bonatti. De hut ligt langs de bekende Tour du Mont Blanc, maar is ook bereikbaar via verschillende dagwandelingen vanuit Val Ferret. Als ik de vallei kom binnenrijden, zie ik dat de meeste lariksen nog steeds groen zijn, met hier en daar een enkel geel gekleurd exemplaar. Maar ik weet dat deze bomen realtief langer beschermd worden tegen de elementen omdat ze dicht op elkaar staan en beter gevrijwaard van de koude lucht die de bomen snel van kleur doen veranderen en uiteindelijk hun blad (of naalden) doen verliezen. Ik hoop dat zodra ik bij de boomgrens in buurt kom, de lariksbomen al mooi zijn uitgedost in hun goudgele herfstvermomming.
Ik kies voor de route omhoog vanuit de omgeving van Lavachey. Het pad loopt aanvankelijk door het bos en stijgt vervolgens in een aantal haarspeldbochten door een naaldbos richting de boomgrens. Onderweg wordt het uitzicht steeds beter. Tussen de bomen door verschijnen de eerste besneeuwde bergtoppen en aan de overkant van de vallei worden de enorme rotswanden steeds indrukwekkender.
Na een korte maar stevige klim bereik ik de open hellingen rond Rifugio Bonatti. Vanaf hier heb je een vrijwel onbelemmerd uitzicht op het Mont Blancmassief. Naast de Mont Blanc trekt ook de Grandes Jorasses de aandacht. De steile noordelijke rotswanden steken hoog boven de vallei uit, terwijl lager op de hellingen de lariksen inmiddels volop in hun herfstkleuren staan.
Vanaf de Bonatti hut loop ik een stukje terug naar beneden waar een aftakking van de route richting Rifugio Bertone leidt. Hier begint een veel vlakker gedeelte dan tot nu toe en bied daarmee volop gelegenheid om op zoek te gaan naar mooie composities. Vanwege het uitzichtrijke karakter wordt dit traject wordt ook wel de Balconata wandeling genoemd; Het wandelpad loopt hoog boven Val Ferret langs de berghellingen en biedt voortdurend uitzicht op de bergketen aan de overzijde. Het fijne aan deze route is dat grote hoogteverschillen op dit gedeelte uitblijven, waardoor er voldoende tijd overblijft om regelmatig te stoppen voor foto's.
En dat doe ik dan ook. Het contrast tussen de goudgele lariksen, groene bergweiden en de besneeuwde rotswanden is bijzonder mooi. Bovendien zijn er maar weinig andere wandelaars onderweg. Af en toe kom ik iemand tegen, maar verder is het vooral genieten van de rust. Imposant is een understatement. De bergfacades zijn werkelijk fenomenaal te noemen en hoe langer ik er naar kijk, des te meer details ik ontdek. Zo zie ik het bergstation van Punta Helbronner, het hoogste punt van Italië dat met een gondel te bereiken is. Bizarre wolkenformaties maken in combinatie met het berglandschap levensgrote kunstwerken. Ik zoek voortdurend naar interressante kaders met mijn 70-300 lens. Als de zon achter de grillige top van de Aiguille Noire de Peuterey zakt, wordt Val Ferret definitief in schaduw gehuld. Stilte overheerst als ik via een afslag weer naar het lagergelegen gedeelte van de vallei wandel. Ik besef mij dat dit een fotosessie 'uit het boekje' was. In het pikkedonker loop ik voldaan over de asfaltweg naar de parkeerplaats waar de wandeling begon. Een meer dan geslaagde eerste dag geeft de trip direct al een relaxter gevoel.
Cogne en Cascate di Lillaz: herfstkleuren en de eerste sneeuw
Na het zonnige Val Ferret staat een bezoek aan Cogne op het programma. Dit bergdorp ligt aan de rand van het Nationaal Park Gran Paradiso, een van de bekendste natuurgebieden van Italië, dat bekend bovendien staat om zijn volop aanwezige wildlife, voornamelijk steenbokken, gemzen en marmotten.
De rit vanuit de centrale Aostavallei naar Cogne is op zichzelf al de moeite waard. De weg volgt een smalle vallei die steeds verder de bergen in loopt. Onderweg passeer ik kleine dorpen, steile rotswanden en bossen die inmiddels volop in herfstkleuren staan.
Het weer is ondertussen behoorlijk veranderd. De blauwe lucht heeft plaatsgemaakt voor een dik wolkendek en naarmate ik hoger kom, begint er lichte neerslag te vallen. Eerst lijkt het regen, maar al snel zie ik de eerste sneeuwvlokken voorbij dwarrelen.
Mijn bestemming is Lillaz, een klein dorpje op enkele kilometers van Cogne. Net buiten het dorp liggen de Cascate di Lillaz, een reeks watervallen die via verschillende niveaus naar beneden storten. Vanaf de parkeerplaats wandel je in ongeveer tien tot vijftien minuten naar de eerste waterval.
Het water stroomt met behoorlijk wat kracht over grote rotsblokken naar beneden, terwijl aan weerszijden van de rivier de bomen in gele, oranje en bruine tinten kleuren. De combinatie van het bewegende water en de herfstkleuren levert volop mogelijkheden voor wat intieme kaders op. De dwarrelende sneeuw is een mooie bijkomstigheid. Ik besluit mijn statief niet te gebruiken, maar voornamelijk uit de losse hand te schieten en een korte sluitertijd te hanteren, zodat de sneeuwvlokken een prominente toevoeging in het beeld zijn. Wanneer ik een iets langere sluitertijd hanteer, probeer ik de beweging van de watervallen vast te leggen, zonder dat alle structuur uit het water verdwijnt.
Ik volg het wandelpad langs de verschillende niveaus van de waterval en zoek onderweg naar mooie standpunten. De meeste delen zijn vanaf prima vanaf het pad goed te fotograferen. Ondertussen blijft het af en toe sneeuwen. De vlokken zijn nog te nat om echt te blijven liggen, maar het geeft het landschap wel een bijzonder winters tintje. Zeker in combinatie met de herfstkleuren is dat een mooi gezicht. Het bewolkte weer blijkt voor de fotografie eigenlijk helemaal niet verkeerd. Het zachte licht zorgt ervoor dat de kleuren goed tot hun recht komen en voorkomt harde contrasten in het water. Als ik terug naar beneden wandel, wordt mijn aandacht getrokken door de bergwand boven de vallei. Hier zijn volop naalbomen te zien waarop de sneeuw blijft liggen. Samen met de herfstkleuren van de loofbomen levert dit enkele bijzondere foto's op! Op de terugweg rijdt ik door het bergdorp Cogne. De sneeuw begint nu echt serieuze vormen aan te nemen. Ik navigeer naar Valtoney, een klein dorpje aan de voet van het Nationale Park. Hier blijft de sneeuw liggen en heeft het landschap een volledig winterse uitstraling gekregen. Cascate di Lillaz is een plek die je ook zonder een lange bergwandeling kunt bezoeken. Je hoeft geen uren onderweg te zijn om hier midden in een indrukwekkend berglandschap te staan. Juist die toegankelijkheid maakt het een fijne tussenstop waar je gemakkelijk een dagdeel kunt doorbrengen. Lillaz en Valtoney zijn een geschikte startpunten voor langere wandelingen, dieper het Nationale Park Gran Paradiso in.
Ollomont en Lago di Place Moulin
Een ander gebied dat ik graag wil ontdekken, is Valpelline. Deze lange zijvallei ten noorden van Aosta loopt helemaal door tot aan de Zwitserse grens en staat bekend om zijn rustige bergdorpen en ruige berglandschappen.
Voordat ik verder de vallei in rijd, maak ik een korte omweg naar Ollomont. Dit kleine bergdorp ligt in een zijdal en wordt omringd door steile berghellingen. Geen plek met grote toeristische trekpleisters, maar juist een gebied waar je de allerdaagse, ongefabriceerde bergsfeer kunt proeven.
Het weer is vandaag behoorlijk grauw. Lage wolken hangen tussen de bergen en de lucht is vrijwel volledig grijs. Toch heeft het landschap daardoor iets aangenaams. De herfstkleuren lijken extra verzadigd en de kleine gehuchten liggen er rustig bij. Echter is het wel een klein beetje jammer dat de absolute hoofdrolspeler van het dal, de Grand Combin, achter het wolkendek verscholen blijft. Deze 4314 meter hoge bergtop staat op Zwitsers grondgebied, maar kenmerkt het aanblik van de Valpelline.
Na mijn korte bezoek aan Ollomont rijd ik verder richting Lago di Place Moulin. Dit grote stuwmeer ligt op ongeveer 2.000 meter hoogte, aan het einde van de Valpelline. De indrukwekkende stuwdam is een van de hoogste van Europa en houdt een enorm waterreservoir tegen.
Het meer staat vooral bekend om zijn opvallende turquoise water en de hoge bergtoppen die eromheen liggen. Langs de westelijke oever loopt een relatief eenvoudig wandelpad naar Prarayer, een bescheiden verzameling boerderijen en een rifugio aan het einde van het stuwmeer.
Wanneer ik bij de stuwdam aankom, is het weer opnieuw veranderd. Sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden en zorgen voor een interressant, winters karakter. De wolken hangen laag en de omliggende bergtoppen verdwijnen grotendeels uit het zicht.
Het pad volgt grotendeels de oever van het meer en kent weinig hoogteverschil. Dat maakt het een prettige en eenvoudige wandeling, ook wanneer de omstandigheden minder ideaal zijn. Onderweg is het zoeken naar de mooiste composities met uitzicht op het water en gunstig geposteerde gouden lariksen.
Ondanks de bewolking heeft het meer vandaag nog altijd de bijna onnatuurlijke fel-turquoise kleur. De sneeuwvlokken zorgen voor een wat mysterieuze sfeer. Het resulteert in een heel andere ervaring dan de zonnige wandeling in Val Ferret, maar desondanks zeker niet minder interessant.
Na ongeveer een anderhalf uur wandelen bereik ik Prarayer en wandel ik na een korte pauze over hetzelfde pad weer terug. Met beter weer zou het uitzicht hier ongetwijfeld nog spectaculairder zijn, maar ook op deze grijze herfstdag met een meer dan winters tintje maakt Place Moulin indruk.
Orrido di Pré-Saint-Didier
Mijn volgende ochtend speel ik een echte thuiswedstrijd. Mijn hotel staat namelijk in Pré-Saint-Didier, een klein plaatsje vlak bij Courmayeur. Het dorp staat vooral bekend om zijn thermale baden, maar net buiten de bebouwde kom ligt ook een indrukwekkende natuurlijke bezienswaardigheid: de Orrido di Pré-Saint-Didier.
Deze diepe kloof is uitgesleten door het water van de Dora di Verney. De rivier stroomt hier tussen steile rotswanden door en heeft in de loop van duizenden jaren een smalle doorgang gevormd.
Vanaf de weg is de kloof op verschillende plekken te bekijken. Ook ligt er hoog boven de kloof een panoramische loopbrug, die bij helder weer uitzicht biedt op de omliggende bergen en het Mont Blancmassief.
Voor mij is het echter slechts een paar minuten lopen vanaf het hotel voordat ik bij de kloof ben gearriveerd. Net als gisteren is het vandaag bewolkt, en dat is helemaal nog niet verkeerd voor fotograferen in de toch al donkere kloff; doordat er geen sprake is van fel zonlicht, heb je al snel een gebalanceerde foto. Wel is een statief hier handig omdat het tussen de rotswanden behoorlijk duister blijft. Het water steekt mooi af tegen de donkere stenen en de herfstkleuren zorgen hier en daar voor wat extra contrast. Een leuke eyecatcher is de middeleeuwse stenen brug. Het is geen locatie waar ik uren blijf hangen, maar wel een mooie plek om de dag te beginnen. Zeker wanneer je in Pré-Saint-Didier of Courmayeur overnacht, is de kloof eenvoudig in een ochtendprogramma op te nemen.
Pontboset: wandelen langs bruggen en watervallen
Na mijn bezoek aan Pré-Saint-Didier rijd ik verder naar het oosten van Valle d’Aosta. Mijn volgende bestemming is Pontboset, een klein bergdorp in de Champorcher-vallei.
Pontboset is vooral bekend om zijn oude stenen bruggen die over de rivier de Ayasse en verschillende zijstromen zijn gebouwd. Sommige dateren uit de middeleeuwen en geven het dorp een bijzonder karakter.
Ik kies hier voor een korte wandeling langs de route Ponte e Cascate, waarbij verschillende bruggen, stroomversnellingen en watervallen met elkaar worden verbonden.
Het landschap is opnieuw heel anders dan in de hoger gelegen valleien. Hier zijn de bergen minder open en wandel ik voornamelijk door dichtbegroeide bossen. De rivier heeft zich diep in het landschap ingesneden en stroomt op verschillende plekken met veel kracht tussen grote rotsblokken door.
Vooral de oude stenen bruggen zijn fotogeniek. Met hun eenvoudige bogen en verweerde stenen passen ze perfect in het landschap. De bomen langs de rivier zijn inmiddels volop verkleurd en op sommige plekken ligt het wandelpad bezaaid met kastanjes en bladeren.
De route biedt volop mogelijkheden om rustig rond te kijken en foto's te maken. Soms is het even zoeken naar een goed standpunt, omdat de begroeiing behoorlijk dicht kan zijn. Maar juist de combinatie van de oude bruggen, het stromende water en de herfstkleuren maakt Pontboset een verrassend mooie plek.
Het is ook een mooi voorbeeld van hoe veelzijdig Valle d’Aosta is. Je hoeft hier niet altijd hoog de bergen in voor een bijzondere wandeling. Ook de lagere valleien hebben genoeg te bieden, zeker in de herfst.
Overnachten in Forte di Bard: een bijzondere afsluiting
Mijn laatste overnachting is misschien wel de meest bijzondere van deze reis. Ik verblijf namelijk in het Forte di Bard, een enorm negentiende-eeuws fort dat boven het gelijknamige dorp Bard uittorent.
Het fort ligt op een strategische plek waar de Aostavallei bijzonder smal is. Al eeuwenlang werd deze doorgang gebruikt als belangrijke verbinding tussen Italië en de gebieden ten noorden van de Alpen. De huidige vesting werd in de negentiende eeuw gebouwd, nadat een eerdere versterking tijdens de Napoleontische oorlogen was verwoest.
Tegenwoordig is het fort volledig gerestaureerd en ingericht als cultureel centrum, met verschillende musea, tentoonstellingsruimtes en accommodaties. Het enorme complex bestaat uit meerdere verdedigingsniveaus die tegen de rotswand zijn gebouwd.
Wanneer ik aankom, valt vooral de omvang van het bouwwerk op. Vanaf de weg lijkt het fort bijna één geheel te vormen met de rots waarop het gebouwd is. Via een systeem van liften en wandelpaden kun je de verschillende niveaus bereiken.
Eenmaal boven heb je een mooi uitzicht over de vallei en het historische dorp Bard, dat direct aan de voet van het fort ligt. De smalle straatjes, oude stenen huizen en middeleeuwse uitstraling maken het dorp absoluut de moeite waard om even doorheen te wandelen.
Overnachten binnen de muren van zo'n indrukwekkend fort is een bijzondere ervaring. Wanneer de meeste dagbezoekers vertrokken zijn, wordt het een stuk rustiger en krijgt het complex een heel andere sfeer.
Het is een passende afsluiting van de toch al geslaagde fotoreis door de kleinste regio van Italië.
Valle d’Aosta in de herfst: absoluut een aanrader
Vier dagen zijn eigenlijk veel te kort om Valle d’Aosta goed te leren kennen. De regio telt vele, relatief onbekende zijdalen, honderden wandelroutes en talloze dorpen die stuk voor stuk een bezoek waard zijn.
Toch heb ik in een paar dagen een verrassend veelzijdig beeld gekregen.
Wat me vooral aanspreekt, is de enorme afwisseling op relatief korte afstand. Binnen een uur rijden kan het landschap volledig veranderen. Ook het weer speelt daarin een grote rol. Waar ik de ene dag nog in een T-shirt door de bergen wandel, dwarrelen de volgende dag de eerste sneeuwvlokken om me heen.
Voor wie graag wandelt, fotografeert of simpelweg van mooie berglandschappen houdt, is Valle d’Aosta in oktober een meer dan uitstekende bestemming. Je moet wel rekening houden met kortere dagen, wisselvallig weer en berghutten of bergwegen die aan het einde van het seizoen gesloten kunnen zijn.
Maar als je daar een beetje flexibel mee omgaat, krijg je er veel voor terug: rustige wandelpaden, prachtige herfstkleuren en met een beetje geluk zelfs een eerste kennismaking met de winter.
En wat mij betreft is dat een prima combinatie.






























































































Opmerkingen