Winters uitstapje naar het Bregenzerwald
- Vincent Croce
- 14 minuten geleden
- 6 minuten om te lezen
Begin december, wanneer de eerste sneeuw de almen en bergflanken van het Bregenzerwald zijn vertrouwde witte kleur teruggeeft en de winter zich langzaamaan aandient, zijn de toeristen nog maar mondjesmaat aanwezig. Het is een periode van stilte en overgang: op de pistes zijn enkel lokale bewoners te vinden en de charmante dorpjes bereiden zich voor op de Kerst. Tijdens deze vroege winterdagen laat het Bregenzerwald zich van een fascinerende kant zien, nog voordat het hoogseizoen is begonnen.

Warth- Schröcken
Het wintersportgebied Warth- Schröcken ligt aan de oostzijde van het Bregenzerwald, op de overgang tussen Vorarlberg en Tirol, en behoort tot de hoogstgelegen en sneeuwzekerste dorpen van Oostenrijk. Warth ligt op ca. 1.495 meter, Schröcken op ca. 1.260 meter. Door de ligging aan de noordkant van de Alpen profiteert de regio van zogenoemde Nordstau, waardoor hier vaak uitzonderlijk veel natuurlijke sneeuw valt. De weg naar de grote parkeerplaats (Parkplatz Salober, zie kaartje) is grotendeels groen, maar vanaf het dorp Schröcken is de sneeuw op veel plekken nog blijven liggen. Enigzins tegen mijn verwachtingen in is het landschap bij de Parkplatz volledig gehuld in een verrassend dik pak sneeuw. Wintersporters komen hier goed aan hun trekken; Warth-Schröcken maakt deel uit van Ski Arlberg, het grootste aaneengesloten skigebied van Oostenrijk. Vanuit Warth sluiten de liften naadloos aan op de skigebieden van Lech en Zürs, en verder richting St. Anton en Stuben. In totaal biedt het gebied meer dan driehonderd kilometer aan pistes en moderne liftverbindingen, terwijl de pistes rond Warth-Schröcken zelf, vaak opvallend rustig blijven. Het terrein is breed en overzichtelijk, met veel afdalingen boven de boomgrens en een duidelijke focus op sportief skiën in een natuurlijke omgeving.
Daarnaast staat Warth-Schröcken ook bekend als freeridegebied. Door de grote hoeveelheden verse sneeuw en het natuurlijke reliëf met open kommen, flanken en ruggen geldt het gebied als één van de beste poedersneeuwbestemmingen aan de noordkant van de Alpen. Tegelijkertijd blijft de sfeer authentiek kleinschalig: Hier zijn in tegenstelling tot de aangrenzede gebieden geen grote dorpscentra of uitbundige après-ski te vinden. Direct naast de parkeerplaats is een brede baan met skisporen te vinden. Dit is de plaatselijke Loipe (langlaufroute) die de Kalbelesee omringt. Het meertje is nagenoeg dichtgevroren, maar omdat het nog vroeg in het seizoen is, is het nog altijd goed te zien. Bij het oversteken van de Loipe zijn we drect gearriveerd op een geprepareerde Winterwanderweg, die te herkennen is aan de blauwe bewegwijzering. De wandelroute voert langs de Kalbelesee, richting de Körbersee. Dit is een populaire, familievriendelijke wandeling die ongeveer 2 uur van je tijd in beslag neemt. De lus bedraagt in totaal 5,3 kilometer, waarbij slechts 90 hoogtemeters overwonnen moeten worden. Extra aantrekkelijk maakt dat bij het keerpunt restaurant Körbersee is gevestigd, zodat je halverwege de wandeling kunt pauzeren met een vers bakje koffie. Net als de Kalbelesee is de Körbersee dichtgevroren, maar zijn de contouren nog altijd goed te zien. Een fijne bijkomstigheid is dat de zon precies goed staat, zodat het meertje net uit de schaduw van de naastgelegen berg weet te blijven. Bij de Körbersee is het landschap een winter-wonderland uit het boekje. Niets doet vermoeden dat op de meeste plekken in het land de kleur groen nog altijd overheerst. Als na een half uurtje fotograferen de zon achter de berg is gedoken, wordt het direct een stuk kouder en wordt het tijd om de lus af te maken. De terug vergt wat meer inspanning en concentratie, omdat in tegenstelling tot een paar uur eerder, de toplaag van de sneeuw nu is aangevroren. Met voorzichtige passen wandelen we de heuvel op en komt uiteindelijk het startpunt weer in zicht. Vanwege de gemakkelijke bereikbaarheid per auto en de verrassende hoeveelheid sneeuw voelde deze wandeling als een echte Geheimtipp! Meer informatie over deze, en nog veel meer winterwandelroutes in het Bregenzerwald vind je hier.
Bouwkunst in Schwarzenberg
Het Bregenzerwald staat bekend om zijn traditionele bouwkunst; Veel boerderijen en woonhuizen zijn gebouwd volgens de normen van de Vorarlberger Bauschule, een architectuurbeweging die lokaal hout en vakmanschap tot kunstvorm heeft verheven. Deze typische architectuur wordt nog altijd in stand gehouden door lokale ambachtslieden. Typerend voor de Vorarlberger Bauschule zijn de fijne houten schindels van zilverspar- en larikshout die de gevels sieren; ze beschermen het gebouw tegen de venijnige weersomstandigheden en verkleuren door de jaren heen van goudgeel naar een karakteristiek zilvergrijs, waardoor de gebouwen haast lijken te versmelten met de omringende bergen.
Het dorp Schwarzenberg is misschien wel het beste uithangbord van deze architectuurvorm die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Schwarzenberg geldt als een van de meest cultuurhistorisch waardevolle dorpen van de regio. Met circa 2.000 inwoners heeft het dorp zijn traditionele karakter opvallend goed behouden. Wat Schwarzenberg bijzonder maakt, is de manier waarop traditionele bouwvormen zijn doorontwikkeld in de moderne tijd. In en rond het dorp zijn hedendaagse gebouwen te vinden die voortbouwen op klassieke principes: eenvoud, functionaliteit, hoogwaardige materialen en respect voor het landschap. Een echte aanrader is om Schwarzenberg te voet te verkennen. De Schwarzenberger Umgang is een wandeling van ongeveer 5 kilometer en voert je langs de mooiste gebouwen en uitzichten van het dorp. Meer informatie lees je hier.
Niet alleen in Schwarzenberg kom je de traditionele Bregenzerwalder architectuur tegen, ook onderweg zie ik regelmatig de mooiste oude- maar ook nieuwere boerderijen en woonhuizen die zijn voorzien van de typische houten schindels. Zo maak ik een willekeurige afslag naar het dorpje Schnepfau waar de mist laag over de velden trekt. De dorpsweg slingert tussen de houten huizen door en het voelt een beetje alsof ik over iemands erf rijdt. Op een heuveltje staat een bescheiden kerkje dat een interressant en merkwaardig aanblik vormt. Ik loop het heuveltje op en kijk uit over het dal die grotendeels is bedekt met een laagje ochtendmist. Zeker een foto waardig. Als de ochtendzon doet zijn intrede doet en gaat het gevecht aan met de optrekkende nevel, levert dit opnieuw een waanzinnig mooi uitzicht op. Ik kan mijzelf gemakkelijk een uur vermaken in Schnepfau, een piepklein dorpje waar je normaalgesproken misschien snel voorbij zult rijden.
Diedamskopf
Even verderop, in het iets bekendere dorp Mellau, staat hotel Bären, waar ik de komende nacht zal doorbrengen. Na het inchecken drop ik mijn spullen in mijn hotelkamer en stap ik weer in de auto om koers te zetten naar Schoppernau, waar het dalstation van de Diedamskopfbahn zich bevindt. Deze is een paar dagen gelegen net weer in bedrijf gegaan en brengt je van het dal (820 m) naar het bergstation op 2060 meter hoogte. Het staat bekend als een familievriendelijke berg, daarom zijn er altijd wel gezinnen met kinderen te vinden, ook al is het nog vroeg in het seizoen. De Diedamskopf was het eerste skigebied in het Bregenzerwald dat de grens van 2.000 meter overschreed, wat het gebied al vroeg aantrekkelijk maakte voor sportieve wintersporters. Het skigebied beschikt over ongeveer 40 kilometer pistes, voornamelijk rood en blauw, met enkele zwarte afdalingen die vanaf de top tot diep in het dal voeren. Een bijzonder weetje is dat de langste afdaling meer dan 5 kilometer meet en bij goede sneeuwcondities een hoogteverschil van bijna 1.200 meter overbrugt. Door de ligging boven de boomgrens zijn de pistes breed en overzichtelijk, terwijl het panorama reikt van de Allgäuer Alpen tot aan de Silvretta en bij helder weer zelfs de Alpenhoofdkam zichtbaar is. Eenmaal boven aangekomen, is het bergkruis van de Diedamskopf te zien. Deze ligt officeel op 2090 meter, dus zullen er slechts nog 30 extra hoogtemetertjes overwonnen moeten worden om het bergkruis aan te kunnen tikken. Vlak onder het kruis op een minder stijl stuk zijn een handjevol paragliders druk met het uitrollen van hun parachutes. De thermiek is vandaag blijkbaar erg gunstig, want er komen nog veel meer personen met grote rugtassen de berg opgewandeld. Het is een prachtig gezicht om de eerste gliders van de berg af te zien rennen en de dappere sprong in de afgrond te zien maken. Gelukkig hoef ik zelf niet en kunnen mijn activiteiten gewoon beperkt blijven tot fotograferen.
Zo liet het Bregenzerwald zich tijdens dit korte decemberbezoek van meerdere kanten zien. Van de relaxte winterwandeling naar de Körbersee bij Warth-Schröcken, waar sneeuw en landschap de hoofdrol speelden, tot het culturele uitstapje naar Schwarzenberg, waar de traditionele bouwcultuur het dorpsbeeld bepaalt en geschiedenis tastbaar blijft. Met het korte bezoek aan de Diedamskopf kwam daar nog een hoogalpien perspectief bij, met open terrein en weidse uitzichten over de regio. In korte tijd werd duidelijk hoe veelzijdig het Bregenzerwald ook in de vroege winter is: compact, authentiek en uitnodigend genoeg om snel te overtuigen, en om hopelijk snel naar terug te keren. Meer te weten komen over het aanbod en de mogelijkheden van een winters uitstapje naar het Bregenzerwald? Neem eens een kijkje op de officiële website.










































































































































Opmerkingen